Onderzoek D-ZEP
Onderzoek rondom dementie met zeer ernstig probleemgedrag
Hoe kunnen we mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag echt zien en beter ondersteunen? Hoe helpen we hen en hun naasten in situaties die overweldigend zijn? Binnen ons regionale expertisecentrum D-ZEP combineren we specialistische zorg met wetenschappelijk onderzoek. We willen gedrag beter begrijpen, passende behandelingen ontwikkelen en bijdragen aan een zo goed mogelijke kwaliteit van leven.
Over de doelgroep: mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag
Mensen met D-ZEP laten soms gedrag zien dat voor henzelf en hun omgeving ingrijpend is – en soms gevaarlijk. Zij kunnen bijvoorbeeld erg onrustig, boos of angstig worden. Dat gedrag is vaak moeilijk te begrijpen en heeft soms impact op naasten en zorgverleners. Vaak is het gedrag een signaal, bijvoorbeeld voor overprikkeling of lichamelijke klachten. Maar ook ingrijpende ervaringen uit het verleden kunnen een rol spelen. Door zorgvuldig te observeren en samen te zoeken naar verklaringen, proberen we iemand zo goed mogelijk te begrijpen en waar mogelijk op de eigen woonplek te ondersteunen.
Samenwerking en kennisdeling
Amsta’s regionale expertisecentrum D-ZEP werkt nauw samen met verschillende regionale en doelgroepexpertisecentra. Dat doen we onder meer in het D-ZEP netwerk, het samenwerkingsverband van regionale expertisecentra. Binnen dit netwerk nemen we deel aan wetenschappelijk (promotie)onderzoek en delen we actief kennis en scholing.
Een greep uit alle onderzoeken
ADAPT-onderzoek: inzet van medicatie buiten de dementierichtlijn
Bij de behandeling van prikkelbaar gedrag kunnen psychofarmaca, medicijnen voor psychische klachten, uitkomst bieden. Vaak gebruiken we medicatie die binnen de richtlijn voor dementie valt. Als die niet helpt, schrijven we soms andere psychofarmaca voor. Het ADAPT-onderzoek kijkt hoe goed deze medicatie werkt en hoe we tot de keuze ervan komen. Draagt ze eraan bij dat de bewoner zich beter voelt en beter functioneert?
We volgen deelnemende bewoners twaalf weken. Hoe was het gedrag voor de start met de medicatie? En hoe gaat het tijdens de behandeling? Door verschillende meetmomenten maken we zichtbaar wat het effect is. Voor individuele bewoners kunnen we meteen zien of het zin heeft om ermee door te gaan. Tegelijkertijd helpen de resultaten van een grote groep mensen met dementie ook om een algemeen beeld van de werking van deze andere psychofarmaca te krijgen. Het onderzoek vindt plaats in samenwerking met het Universitair Netwerk Ouderzorg (UNO) Amsterdam. Het startte in 2024 en loopt nog door.
TRACE-onderzoek: rekening houden met ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden
Welke invloed hebben traumatische ervaringen op het gedrag van mensen met dementie? Hoe herken je probleemgedrag dat daarmee te maken heeft? De onderzoekers van de TRACE-studie (TRAumaCare bij dEmentie) onderzoeken welke kenmerken bij mensen met (ver)gevorderde dementie wijzen op een ingrijpende gebeurtenis en/of stressstoornis uit het verleden. Naasten en zorgmedewerkers vullen vragenlijsten in over gedrag van deelnemende bewoners, hun mogelijke trauma’s en verdere functioneren.
Als duidelijk is dat ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden een rol spelen in het gedrag van nu, kunnen we dat gericht aanpakken zoals met behandeling en medicatie. Tegelijkertijd kijken we ook wat we in de omgeving kunnen aanpassen. Voor een slachtoffer van seksueel misbruik, bijvoorbeeld, kan het een vervelende ervaring zijn als er ’s nachts in het halfdonker opeens iemand aan het bed staat. Soms leidt dat tot ernstig probleemgedrag. Door aan te kloppen, een lampje te laten branden of een andere aanpak, kunnen we voorkomen dat mensen hun trauma telkens weer beleven. Deelname aan dit actieonderzoek levert dus direct aanknopingspunten op om de behandeling en begeleiding van bewoners te verbeteren. De TRACE-studie, georganiseerd door UNO-UMCG en het regionaal expertisecentrum Noorderbreedte, ging in 2025 van start en loopt nog door.
Onderzoek rondom SI-therapie voor prikkelverwerking: naar een duidelijke, werkzame aanpak
Mensen met D-ZEP hebben vaak moeite om prikkels te verwerken van wat ze zien, horen en voelen. Ze raken dan bijvoorbeeld onrustig, boos of juist teruggetrokken. Therapie voor sensorische informatieverwerking (prikkelverwerking) kan eraan bijdragen dat mensen zich veiliger, rustiger en meer in balans voelen. Voor de een werkt bijvoorbeeld rust en structuur, voor de andere kan dat beweging zijn.
De therapie is een vast onderdeel van de behandeling op D-ZEP-afdelingen. Toch is er nog maar weinig onderzoek gedaan naar hoe goed deze werkt en hoe bruikbaar deze is. Met dit onderzoek willen we SI-therapie duidelijker beschrijven en beter onderbouwen. Het is de bedoeling om een vaste werkwijze op te stellen en praktische scholings- en hulpmiddelen te ontwikkelen. Zo kunnen we SI-therapie nog gerichter inzetten. Het onderzoek startte in 2026. Vrijwel alle D-ZEP-afdelingen in Nederland doen eraan mee, wat ook de onderlinge samenwerking bevordert.
Onderzoek muziektherapie: minder spanning en meer contact
Thomas Kuipers, muziektherapeut bij Amsta, onderzocht de werking van muziektherapie bij mensen met D-ZEP. Met zijn afstudeeronderzoek (april 2025) laat hij zien wat deze therapie kan betekenen bij problemen met prikkelverwerking. Ook geeft hij inzicht in hoe muziektherapie helpt probleemgedrag te verminderen. Zo blijkt dat muziek spanning verlaagt en echt contact mogelijk maakt, zelfs bij apathie of hoge stress.
Wat ik ontdek tijdens sessies, deel ik met het behandelteam. Zo kunnen zij muziek ook gebruiken in de dagelijkse zorg. Denk aan een persoonlijke playlist of een muziekkussen voor betere nachtrust.”
Zijn bevindingen onderstrepen dat muziek bijdraagt aan een betere kwaliteit van leven voor mensen met D-ZEP. Ook maken ze duidelijk dat het belangrijk is om muziektherapie breder in te zetten op D-ZEP-afdelingen. Het onderzoek werd enthousiast ontvangen, zowel binnen Amsta als landelijk. Muziektherapie krijgt hierdoor steeds vaker een vaste plek in de behandeling.
RESOUND-onderzoek: EMDR voor mensen met dementie en PTSS
EMDR is een behandeling die vaak wordt ingezet bij mensen met PTSS, een stressstoornis die zorgt voor klachten als angst en agressie. De behandeling helpt om nare herinneringen minder heftig en minder emotioneel te maken. Voor mensen met D-ZEP en PTSS is een gewone EMDR-behandeling vaak niet mogelijk. Voor hen is er een aangepaste vorm: EMDR on the SPOT. De therapeut kijkt daarbij naar signalen waaruit blijkt dat iemand gespannen is of nare herinneringen opnieuw beleeft. Zodra die signalen zichtbaar zijn, krijgt iemand een neutrale prikkel zoals een geluid. Het brein wordt zo afgeleid, waardoor de emotie en herinnering minder heftig wordt.
Het RESOUND-onderzoek kijkt naar de effecten van deze speciale EMDR-vorm. Hoewel de behandeling al wordt gebruikt, is de werking nog niet goed onderzocht. Dit onderzoek van Hogeschool Rotterdam en het Altrecht-expertisecentrum kijkt hoe goed deze vorm van EMDR helpt. Onze deelname aan het onderzoek levert direct op: we kunnen alles wat werkt, direct inzetten voor onze bewoners. Het onderzoek loopt nog tot 2027.
Samenwerken of meer weten?
Bent u benieuwd naar onderzoeken of wilt u samenwerken aan kennisontwikkeling binnen D-ZEP? Neem gerust contact op.
Contactpersoon:
Esther Helmich
[email protected]